Valentijnsdiner
14 februari 2012 2 reacties
Ik probeer dieper in mijn jas te schuilen. De snijdende kou is weliswaar verdwenen, maar mijn lijf moet nog bijkomen van de zware vorst van de afgelopen twee weken. Ik loop door de laatste sneeuwresten die langzaam uit het straatbeeld verdwijnen. Herinnering aan een winter die geen 200 kilometer lang hoogtepunt kende. Maar voor velen wel schaatsplezier.
Ik moet opschieten. Anke wacht. Volgens mij is het echt een type dat altijd op tijd komt. Ik normaal ook. Maar nu niet. De in plastic omwikkelde roos in mijn rechterhand liet zich niet zo makkelijk vinden. Op Valentijnsdag gaat het snel met de rozen, zo vertelden twee bloemenboeren.
Zie je wel. Ze zit er al. Ik kijk door het beslagen raam van het chique restaurant in de Amsterdamse Van Woustraat naar binnen. Twee tafeltjes achter het serieuze stel aan het raam zit Anke. Alleen aan een tafel voor twee.
Ze draagt een rode jurk en heeft een zwarte shawl om haar schouders gedrapeerd. Haar zwarte haren vallen erop weg. Er staat een glas wijn voor haar. De kleur matcht goed met haar jurk. Op het glas een bijpassende lichte lippenafdruk. Ze kijkt geamuseerd om zich heen. Afwachtend, zoveel is duidelijk. Als haar hoofd richting het raam draait, glimlach ik naar haar. Ze ziet er nog adembenemender uit dan vorige week.
Die keer droeg ze een blauwe spijkerbroek met een witte blouse onder een grijs vest. Haar konen waren nog rood van de schaatstocht die ze die middag had gemaakt. Die combinatie van wit, grijs, zwart en rood gaf haar een fantastische uitstraling. Haar donkere ogen lachten vrolijk. Ze dronk glühwein, had een sprankelende lach en een aangename stem om naar te luisteren.
Het lag voor de hand dat ik haar opnieuw zou gaan zien. Welke dag is er dan mooier dan 14 februari. En dus sta ik hier voor het restaurant waar Anke om half acht aan tafel is gegaan.
Achter mij excuseert een man zich. Hij wil naar binnen, maar ik belemmer per ongeluk de doorgang. Ik doe een stap opzij en open de deur voor hem. “Fijne Valentijnsavond”, zeg ik. “Mag ik u deze roos aanbieden?” Hij kijkt me vragend aan. Weet zich niet goed een houding te geven. “Voor uw date”, zeg ik. “Ze zit al op u te wachten.” Zijn ogen worden groter, kijken me iets te lang aan. Dan pakt hij de roos uit mijn hand, mompelt dank u wel en loopt naar binnen.
Ik sluit de deur achter hem en kijk door het raam. De man loopt naar Anke en geeft mijn roos. Ze lacht, gaat staan en zoent hem liefdevol. Ik stop mijn handen in mijn jaszakken en loop glimlachend weg.
De afgelopen weken is er zoveel gepasseerd dat ik er dagboeken vol over kan schrijven. Dagboeken, van die mooie schriften met een harde kaft, dik papier met dunne lijntjes waartussen je dan met een dikke vulpen je belevenissen, gedachten en emoties beschrijft. Zo’n dagboek heb ik echter niet. En de digitale versie… tsja, niet alles leent zich voor de openbaarheid. En betrokken personen zouden het absoluut niet waarderen wanneer ze zichzelf hier terugvinden.
We nemen 34 singles (M/V) in de leeftijd van 40 tot 60 jaar.
Deze week was ik op vakantie… Heerlijk was het. Dank je wel. Het was een single-vakantie. De eerste in mijn leven. Ik ga er nog over schrijven. Maar vandaag niet, moet nog even bijkomen.
Twee kilometer voor de finish. Nog steeds heb ik haar niet gezien. Ik kan me toch nauwelijks voorstellen dat ze voor me loopt. Als dat zo is heeft ze een verrekt goede conditie. Dat is prettig, dan heb ik iemand om me aan op te trekken. Het beste loopmaatje is diegene die iets harder gaat. Maar toch zou ik haar graag voor de eindstreep inhalen. Na alle virtuele intensiteit van de afgelopen dagen, heb ik sterke behoefte haar fysiek te zien.
Ik kijk op mijn horloge. Half tien. De zon nadert de horizon. Het is rustig op dit deel van het strand. Vreemd. Bijna niemand van alle mensen die ik heb uitgenodigd is aanwezig. Ik begrijp er niets van. Van de week waren er rond dit tijdstip al meer dan dertig man.
We fietsen met z’n allen naar
Het zweet gutst langs mijn slapen en over mijn rug als ik naast haar ga zitten. Ze start de auto, de airco begint te loeien. Ik ril en zeg: “Wacht even. Dit lijkt me geen goed idee. Ik ben nog zeiknat. Eerst even uitwasemen.”
De laatste weken is het stil op deze site. Qua nieuwe verhalen, niet qua lezers. Dat aantal is nog redelijk stabiel. Dagelijks worden zo’n dertig verhalen gelezen. Dat is fijn om te weten. Jammer dat niet iedereen reageert. Er staat waarschijnlijk te weinig controversieels in de teksten…:-)
Reacties